Ubi Caritas et Amor, Deus ibi est

Waar zorg en liefde is, daar is God

Notities van Francisca Tollenaar bij haar werk, 2016

De kast

In de kringloopwinkel viel ik meteen op de notenhouten kast, ik moest er iets mee, hij keek mij aan en de decoratie bovenop met de man in het midden prikkelde mijn fantasie. Zo kocht ik hem en er bleek nog een grote deur aan vast te zitten, die van links naar rechts open gaat. Dat gaf niet het theatrale effect dat ik voor ogen had, dus liet ik hem door een timmerman door midden zagen. En een slot erop zetten van een chinees kastje dat ik nog had. Het leek me mooi om de deuren te openen naar binnen naar een andere wereld. Na het kiezen van het verhaal met Johan Goud begon de dialoog met de kast, het tekenen en het leven ging verder. Ik werd steeds meer geleid door de kast. Het verhaal werd de arme Lazarus en de rijke man. Lucas 16: 19-31. Johan en ik gingen samen de plaats van de scenes bepalen, maar ook begon de kast met mij een dialoog.

Voorkant

De decoraties in reliëf bovenaan de kast waren duidelijk: het was Abraham de zuiverste die alles beschermt. Ik zag beschermende handen in het houtsnijwerk en verduidelijkte die met zwarte lijnen. Twee beschermende handen die uit een mantel staken en die die de kast links en rechts omvatten. Hoe zag zo’n mantel eruit dat was een van mijn vragen. Die week werd het jaar 2015 uitgeroepen tot het jaar van Barmhartigheid (Anno 2016) en opende de Paus als een ritueel de enorme deuren in het Vaticaan. Ook hierin herkende ik mijn gevoel van wat ik wilde bereiken: een ritueel object. De krantenfoto van de Paus met zijn mantel kon ik direct gebruiken. De vraag kreeg vanzelf een antwoord. Tekst ‘anno 2016’ wordt vervangen door ‘anno misericordiae’.
Nogmaals zag ik mijn beoogd concept terug in het nieuwjaarsconcert van het Nederlands Blazersensemble waarbij het prachtige drieluik van Jeroen Bosch als een ritueel opengaat en waarbij zelfs de figuren tot leven komen door muziek te gaan spelen.
Lazarus in de schoot van Abraham door de engelen gedragen paste in het paneel onder de rand. Ook zaten er een soort granaatappels naast het hoofd van Abraham: symbool van liefde, deze zet ik nog wat door tussen de engelen die gegroepeerd zweven boven en tussen de wolken links en rechts. Op de achtergrond als grisaille. In het verhaal staat dat de engelen omgeven worden door wolken, deze gaan straks van de voorkant ook nog door naar de rechterkant.
Gouden stralen komen vanuit Abraham en de wolk naar beneden.
Ik kreeg van mijn dochter een Tibetaanse afbeelding waarbij engeltjes en duiveltjes als kopjes zijn afgebeeld in rijen, ook zag ik die engelen in rijen achter elkaar. Ook bij Giotto: de herhaling van engelen in rijen is versterkend. Veel inspiratie opgedaan uit de kunstgeschiedenis, heb hier een reeks beelden van.
Het schilderen gaat schetsmatig en verfijnt zich door steeds naar het grote verband, de compositie in het vlak van de kast, te kijken. Het moet leiden tot een doorlopende eenvoudige voorstelling maar toch gelaagd en met het bovenste deel heel licht, hemels van kleur. Opeens zag ik in een houten reliëf op de rechterrand van de deur een engel en aangezien de rechterkant van de kast op en neergaande engelen zal bevatten was dit een mooie intro, een begin dat doorloopt in de zijkant van de kast. Rechts onderaan de voorkant zag ik een engel op haar kop, een neergaande engel. Dus een begin van de neergaande engelen aan de rechterzijkant van de kast.
Het paneel onder de door de engelen ten hemel gedragen Lazarus is de paleiszaal. Er staat een wit gedekte tafel. Opeens kwam een rand van dit paneel tot leven toen ik een liggende vrouw op tafel schilderde, zij kreeg haren die meegolfden met de rand – lang, heel lang haar – het werd Maria Magdalena. Zij blijkt een bijzondere vrouw die de voetwassing van Jezus heeft gedaan maar ook beschermvrouw van bijv. melaatsen zoals de zieke Lazarus schijnt te zijn. Zij fungeert als troost en openbaring (aan het geweten van de rijke man). Zij kijkt naar Lazarus door engelen gedragen maar ligt voor de rijke man, die stoïcijns zit te zitten tussen de etenswaar. (Brood en wijn, fruit, de granaatappels, alles symbolisch.)
De rijke man is pafferig en zit lui tegen de rand van de kast aangeleund.
Het is steeds doortekenen en afwachten tot de figuren zich schikken op de kast, het is een levende dialoog. Beelden worden aangedragen.
De Tijd werkt mee! Ik hoefde de krant maar open te slaan of er stond weer een foto of bericht in over vluchtelingen of uitgehongerde Syriërs.
Daaronder naast de rode poort (die links en rechts omhoog doorloopt) ligt Lazarus, hij is vol wonden. De kast gaf zelf aan dat zijn benen konden rusten tegen de rand rechts.
Zijn voeten steken nu omhoog. De honden likken de wonden.
De kast heeft vorm, en die vorm gaat meewerken: De hondenoren kunnen rusten op een rand. De honden links en rechts springen op vanuit de kastpoot. Een hond zie je van achteren zodat je als het ware als toeschouwer mee beleeft wat er allemaal gaat gebeuren.


Twee honden op de achtergrond zijn nieuwsgierig en likken de opening naar de binnenkant van de deuren, wat zal daarachter zijn? Het waait een beetje en je ziet aankondigingen van een zwarte spleet. Het begin van de grote kloof.

 

 

 

 

 

Binnenkant



Dan gaan de deur open (je hoort ‘Erbarme dich’ afgewisseld met ‘Ubi amor et concordantia est’, de versie van Taizé). Het licht gaat aan als de deur open gaat en de muziek speelt: de lampjes rondom het plafond verlichten de linkerhelft – de hel – gedempt en de rechterhelft – de hemel – fel en stralend. Je ziet de hel, de kloof tussen twee rotsen met links hoog de spartelende, lijdende rijke man en rechts, lager, Lazarus omgeven door engelen in deemoedige knielende houding. De Rijke man steekt zijn tong uit en roept naar Lazarus of die hem kan helpen: “Help, kun je mijn tong wat verkoelen?” Maar Lazarus kan niets doen. Hij knielt in orantehouding op de hoogte van de glasplaat (het hemels grondvlak) die zo geplaatst is dat je de voorstelling nog goed kunt zien.

 

Binnen wordt een hond, die buiten liefdevol de wonden likte, nu vals: een cerberus hond. Onder de rijke man zie je vallende figuren. De beelden van de Twin Towers in 2001 schokten mij. Hun lot is bepaald: zij worden gegeten door de vlammen of door Cerberus die de hemelse rechterkant wel aanraakt met zijn poot.
Bovenin, waar eerst de kopjes hingen, zie je nu zwarte zieltjes in de hel en aan de andere kant witte geredde zieltjes in de hemel.

 

 

De binnenkant van de deur links is de kant van de Eenzaamheid. Deze kant symboliseert het voorportaal van de hel: de buitenrand toont een dodendans: de dood in de vorm van meerdere skeletten achtervolgt de zwarte ten dode opgeschreven zielen die angstig vluchten. De dodendans heeft als centrum rijen vluchtelingen, die eenzaam, gebogen, niet verbonden behalve door het lot zich langzaam voortbewegen met een soort zonsondergang of is het de reflectie van de vuurzee van de hel op de achtergrond?
Komen ze uit de hel of gaan ze er naar toe? Las hierover een prachtig gedicht dat de sfeer kenschetst: ‘Het Godvergeten Woord’ van Jana Beranova, geschreven op verzoek van Amnesty International over de deportatie van Armeniërs in 1915 in Turkije.
In het centrale paneel zie je de martelaar Hij schreeuwt het uit en lijdt. Het kan een lijdend mens zijn, misschien een vluchteling, of Christus, of een voorbode van het lijden van de rijke man. Hij staat tegen de achtergrond van een vlammenzee.

Op de bodem van de kast ligt de dode, lijkwitte Rijke man.
Ik zag een macabere foto in het jaaroverzicht van een vermoorde dominee uit Amerika die in zijn kist lag. Zoiets moest het worden. Om hem heen maakte ik aarde, zand en stenen met daarop maden en insecten.

De binnenkant van de deur rechts is de kant van de Verbondenheid. De eenzaamheid van de linkerbinnendeur waarbij ieder in de dodendans angstig en gespleten niet verbonden achter elkaar aanjaagt is nu de kant van de reidans geworden, de kant van amor: verbondenheid. De reidans met de engelen in rijen verbonden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Linker buitenkant

De parabel van de rijke man en de arme Lazarus geeft de keuze voor verschillende levenswijzen aan. De keuze voor deze levenswijze staat beschreven in Psalm 1. Deze Psalm kwam ik tegen in het Utrechts Psalterium: de wijze ,bewuste en waakzame man die de Wet leest, zichzelf spiegelt in de rivier en weet dat de Wet (zijn geweten) in hem is en die daardoor gefundeerde keuzes kan maken. Rechts naast hem zie je nog een plassende hond, waarbij het leven gewoon doorgaat en verwijst naar de voorkant met de andere honden. Rechts naast de man zie je de vijf broers van de rijke man. Ik herkende hoe ze er moesten uitzien in een krantenfoto van bootvluchtelingen. De vijf mannen hebben de keuze: achter de schapen aan gaan , of onder de mantel van Abraham (de mantel der liefde) verdwijnen. Bovenin zie je een kudde schapen (die ik zelf op een heel gelukkige dag in een heel stil bos op een hele mooie zomerse dag in Frankrijk aanschouwde, zij laven zich aan de waterstroom. (Associatie met De Heer is mijn Herder (psalm 23, en Kees Fens: Herder ,uit Spiegelbeelden,1988). In de decoratierand rechts op de linkerkant van de kast zag ik opeens boven ook een engel en beneden een schaap (het zwarte schaap?) dat de verkeerde kant oploopt hij is de weg kwijt, hoe symbolisch. Het verdwaalde, verloren schaap is ook een gelijkenis, een aaneenschakeling van mensen die allerlei dingen verloren zijn, dit staat in Lucas 15 en eindigt met de verloren zoon. Een schaap schuilt al onder de mantel der liefde van Abraham.

Achterkant

De mantel van Abraham, de mantel der liefde: Ubi caritas et amor Deus ibi est. Deze bedekt grotendeels de achterkant en loopt door naar de zijkanten vanaf de voorkant. Eronder stenen en nog een verloren schaap dat onder de mantel gaat lopen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rechter buitenkant

De wolken van de voorkant van de hemel zetten zich door aan de zijkant. Deze kant van de kast vertoont het leven zonder de Wet. Het onbewust in slaap zijn en dromen van goede en foute keuzen die niet gemaakt worden.
Links zie je ook weer een stukje van de mantel (der liefde) van Abraham, met op het reliëf van de zijkant een op- en neergaande engel. Dan zie je de trap naar de hemel (Genesis 28:12, en Martin Buber, Chassidische vertellingen), waarop de engelen naar boven en naar beneden gaan. Je daden kunnen je tot de hemel (je Ware zelf) brengen of je doen afdalen naar een leven van lijden. Onderin slaapt Jacob (mens zonder de Wet, hij is zich niet bewust i.t.t. linker buitenkant met mens met de Wet ) De ladder, het hoofd, rijkt tot in den hemel en de voeten in de aarde.
We besluiten dat er een Jacob komt op de rechterkant die slaapt en de droom van de ladder heeft met de op en neergaande engelen, hij is dezelfde man als op linkerkant van de kast (die daar assertief is mediteert en bij de Wet is, zichzelf spiegelt) maar nu is hij in slaap evenals zijn hond (die trouw is) en krijgt de droom.

 

 

 

 

 

 

Sluitstukje op kast waardoor, als je de deuren dichtdoet, de deuren niet doordrukken: Op dit kleine vierkantje. voor en boven alles?? Natuurlijk: de witte duif van de Heilige Geest, hoe kon ik dat vergeten? Hij kwam vanzelf (inspiratie o.a. van Eyck).

 

 

Op de glazen plank ligt een steen precies op hoogte van de kloof tussen hemel en hel in. Net zo tastbaar als de stenen tafelen van Mozes. Op de steen staat de tekst Ibi. Als je de steen in de hand neemt of er naar kijkt ben je in het hier en nu, en bij Deus. Dat is de enige manier om de kloof tussen hemel en hel te overbruggen. Dat is de boodschap van de kast:

Ubi caritas et amor Deus ibi est

Tenslotte
Het motto van de kast kwam zomaar naar me toe. Ik las het in een begrafenisadvertentie en de volgende dag was het in de Oudejaarsconference van Herman Finkers: Ubi caritas Deus ibi est. Op de mantel aan de achterkant van de kast geschreven..
N.B. De tekst Ubi caritas et amor etc. wordt vaak gebruikt bij de voetwassing op Witte Donderdag.

Francisca Tollenaar
Atelier: Maaseikstraat 3 1066 LX Amsterdam
T +31 – 6 44 00 33 81
E ftollenaar @hotmail.com
W www.franciscatollenaar.nl